Tijdsbesteding / Wanneer en hoe laat / Verder lezen

Meer informatie over tijdsordening

Tijdsordening, collectieve ritmes en tijdsoevereiniteit

Tijdsordening
Wat we wanneer doen, is geen toeval. Dat we begrippen kennen als kantoortijden, koffietijd en prime time (televisie) heeft een reden. Veel activiteiten vinden op min of meer vaste tijden / momenten plaats, veelal in een specifieke volgorde, en hebben een min of meer vaste tijdsduur. Dat geldt voor het Kerstfeest evenzeer als voor het avondmaal en de weekafsluiting op school. Die ‘ordening van tijd’ wordt mogelijk gemaakt doordat mensen in een samenleving de tijd in dezelfde eenheden onderverdelen (thans: seconden, minuten, uren, dagen, weken, maanden, seizoenen, jaren etcetera) en doorgaans bekend zijn met de bijzondere betekenissen van specifieke tijdseenheden

Herkomst tijdsordening
Dat de tijd een bepaalde ordening kent, een herkenbare en steeds terugkerende indeling, vindt zijn oorsprong in drie mechanismen:
Ten eerste, het bioritme van de mens. Het bioritme van de mens dicteert dat mensen, binnen een bepaalde individuele variatie, ’s nachts slapen en overdag actief zijn. Daarvan afgeleid zijn de tijdstippen waarop mensen eten en drinken.
Ten tweede, de behoefte om het handelen op anderen af te stemmen. Om samen dingen te kunnen doen – of dat nu is in het kader van het gezin, het werk of de sportvereniging – moeten er afspraken worden gemaakt. De afspraak om niet op zondag te werken is een voorbeeld van een afspraak die een sociale achtergrond kent.
Ten derde, de behoefte om individuele routines in te bouwen. Mensen vinden niet iedere dag opnieuw uit wat belangrijk voor ze is. Dat zou teveel energie kosten. In plaats daarvan vertrouwen ze – grotendeels zonder zich daarvan bewust te zijn - op routines, gewoontes, vaste patronen. De tijdstippen waarop dingen gebeuren, en in welke volgorde, vormen belangrijke bouwstenen voor deze routines.
Tezamen vormen die drie factoren – bioritme, afstemming met anderen en individuele routines - de achtergronden voor het ontstaan van ‘collectieve ritmes’. Daaromheen bouwen individuen hun individuele routines op. Collectieve ritmes en individuele routines liggen grotendeels in elkaars verlengde, maar lopen niet helemaal parallel.

Ordening van tijd belangrijk
Een vaste ordening van tijd is belangrijk omdat het:
Het plannen van tijd (afspraken maken) mogelijk maakt en zo sociaal handelen – het samen met anderen activiteiten ondernemen – faciliteert.
Tijd toewijst aan bepaalde momenten en niet aan andere momenten, zodat men zich ook op gezette tijden gevrijwaard weet van aanspraken (zoals in de vrijetijd).

Nadelige kanten van ordening van tijd
Een vaste ordening van tijd heeft echter ook nadelen.
Een tijdsordening wordt altijd dwingend opgelegd door een machtig individu, partij, organisatie (veelal: de overheid) en stelt daarmee grenzen aan de mate waarin de meeste individuen vrij zijn om eigen keuzes te maken (individuele tijdsoevereiniteit).
Een toewijzing van activiteiten een bepaalde momenten impliceert piekbelasting op het ene moment en onderbenutting op andere momenten (congestievormig en onderbenutting).

Factoren van invloed op de ordening van tijd
Factoren die van invloed zijn op de mate waarin de tijd geordend is of wordt, zijn:
De mate van individualisering (de behoefte aan tijdssoevereniteit, de variatie in leefstijlen in een samenleving, de gezins- en sociale verbanden waarin men leeft).
De mogelijkheden om tijd zelf in te delen, bijvoorbeeld door gebruik van Ict-toepassingen (zoals de giromaat, de video/dvd-recorder en het internet).
De bekendheid met afwijkende tijdsordeningen (bijvoorbeeld door globalisering) en de intensiteit van het contact met andere samenlevingen.
De grenzen die aan burgers worden opgelegd vanuit tradities, cultuur (godsdienst) of wetgeving. Bekende vormen van wetgeving die van invloed zijn op de ordening van tijd zijn de Arbeidstijdenwet uit 1995/2007 en de Winkeltijdenwet uit 1996.

Meer informatie over tijdsordening
Breedveld, K. (1999). Regelmatig onregelmatig, de gevolgen van gespreid werken voor vrijetijd en recreatie (proefschrift Universiteit van Tilburg). Amsterdam: Thela Thesis.
Breedveld, K., M. Cloin en A. van den Broek (2002). Ruimte voor tijd. Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Elchardus, M. (1996). De gemobiliseerde samenleving. Tussen de oude en een nieuwe ordening van de tijd. Brussel: Koning Boudewijnstichting.
Giddens, A. (1984). The constitution of society. Cambridge: Polity Press.
Knulst, W. (2005). Alles had zijn tijd. De registratie en beleving van de tijdsorde onderzocht. Amsterdam: Dutch University Press.
Sorokin, P. (1943). Sociocultural causality, space, time. New York: Russell & Russell.
Zerubavel, E. (1985). The seven day circle: history and meaning of the week. New York: The Free Press.