Tijdsbesteding / Specifieke thema's / Mobiliteit / Naar persoonskenmerken

Wie besteedt de meeste tijd aan mobiliteit, en wie het minst?

Negen uur per week
In het Tijdsbestedingsonderzoek (TBO) is onderzocht hoe vaak Nederlanders onderweg zijn en hoeveel tijd hiermee gemoeid is.  In 2005 waren Nederlanders van 12 jaar en ouder gemiddeld iets meer dan 9 uur per week onderweg. Hoe verschilt dit naar persoonskenmerken zoals geslacht, leeftijd en opleidingsniveau?

Weinig verschillen
Naar persoonskenmerken zijn er weinig verschillen in de tijd die per week wordt besteed aan mobiliteit. Mannen en vrouwen, jongeren en ouderen, alleenstaanden en gezinnen met kinderen, werkenden en studenten, iedereen lijkt ongeveer 8 à 10 uur per week onderweg te zijn.

Mobiliteit, bevolking van 12 jaar en ouder, naar sekse, leeftijd, gezinspositie, opleidingsniveau en arbeidsmarktpositie, 1975-2005 (in uren per week)

1975198019851990199520002005
6,6 6,8 7,2 7,9 8,5 8,4 9,1 totaal
sekse
7,4 7,4 7,6 8,3 8,9 8,8 9,2 man
5,9 6,2 6,7 7,5 8,2 8,0 9,0 vrouw
leeftijd
7,5 7,9 7,9 9,0 8,9 9,4 10,0 12-19
7,4 7,7 8,0 8,7 9,7 9,6 10,1 20-34
6,2 6,4 7,3 7,8 8,3 8,6 9,3 35-49
6,2 6,4 6,4 7,3 8,0 7,7 8,6 50-64
5,2 4,6 5,5 5,8 6,8 6,6 7,4 65+
gezinspositie
7,8 8,2 8,3 9,4 9,8 10,1 9,9 thuiswonend kind
5,9 6,5 6,9 7,6 8,2 8,0 8,4 alleenstaande
6,1 6,4 7,0 7,4 8,4 8,1 8,9 paar zonder kinderen
6,3 6,3 6,8 7,6 8,1 8,2 9,2 ouder(s)
opleidingsniveaua
6,3 6,4 6,5 6,9 7,3 6,9 7,6 lo, lbo, mavo, vmbo
7,8 8,1 7,7 8,6 8,7 8,9 9,2 mbo, havo, vwo
8,3 8,3 8,9 9,3 10,2 10,0 10,5 hbo, wo
arbeidsmarktpositie
7,9 7,5 7,8 8,3 8,8 9,0 9,4 werkende
5,0 5,4 6,0 6,7 7,5 7,0 8,1 niet werkzaam, niet studerend
7,7 8,3 8,4 9,8 10,0 9,8 10,7 scholier/student

a Huidige of voltooide opleidingsniveau
Bron: SCP (TBO 1975-2005)

Vrouwen lijken steeds meer op mannen
In voorgaande metingen van het Tijdsbestedingsonderzoek (TBO) besteedden vrouwen aanzienlijk minder tijd aan mobiliteit dan mannen. In 2005 is dat verschil tot een minimum gereduceerd. De tussen 2000 en 2005 gerealiseerde groei van de mobiliteit is dus voor een belangrijk deel veroorzaakt doordat vrouwen vaker en langer onderweg zijn dan voorheen. Verklaringen hiervoor zijn de gestegen arbeidsparticipatie en het toegenomen rijbewijs- en autobezit onder vrouwen.

Mobiele ouderen
Ouderen waren in 2005 veel actiever en uithuiziger dan in 2000. Deels komt dat door het mooie weer in 2005 en het verhoudingsgewijs slechte weer in 2000. Deels is dit echter ook een generationeel verschijnsel: door de toename van de welstand gecombineerd met een aanzienlijk hoger rijbewijs- en autobezit onder jonge ouderen zijn de 65+ers als groep steeds mobieler aan het worden.

Onbekend is nog in welke mate de geconstateerde veranderingen (mede) veroorzaakt werden door de betere weersomstandigheden in 2005 dan in 2000.

Meer informatie over mobiliteit
tijd voor mobiliteit
definitie van mobiliteit
mobiliteit naar motieven
mobiliteit naar vervoerwijzen
literatuur over mobiliteit
andere statistieken over mobiliteit