Een vergelijking tussen 2000 en 2005 van de tijd die is besteed aan vrijwilligerswerk, familiehulp en godsdienst stemt tot pessimisme noch optimisme. Nederlanders hebben zich in 2005 vrijwel evenveel uur ingezet voor de samenleving.
Reden tot zorg?
Sommige vormen van vrijetijdsbesteding hebben als doel (vrijwillig) bij te dragen aan de samenleving. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van activiteiten voor een vereniging of goed doel. Vrijwilligerswerk en informele zorg zijn volgens velen een belangrijke indicator voor de sociale cohesie van een samenleving. In de internationale literatuur wordt al jaren een debat gevoerd over (mogelijke) terugloop in maatschappelijke betrokkenheid en gevolgen daarvan. Eerder liet het tijdsbestedingsonderzoek ook een teruggang zien in de categorie vrijwilligerswerk, familiehulp en godsdienst (tussen 1995 en 2000).
Weinig verandering laatste vijf jaar
Deze daling heeft zich echter niet doorgezet (zie figuur); in 2005 blijkt dat deze categorie zich op het niveau van 2000 heeft gehandhaafd.
Vrijwilligerswerk, familiehulp en godsdienst, bevolking 12 jaar en ouder, uren per week en percentage, 1975-2005
Tabel: Vrijwilligerswerk, familiehulp en godsdienst, bevolking 12 jaar en ouder, uren per week en percentage, 1975-2005
| 1975 | 1980 | 1985 | 1990 | 1995 | 2000 | 2005 | |
| 2,3 | 2,3 | 2,5 | 2,5 | 2,6 | 2,1 | 2,1 | Totaal |
| 1,1 | 1,2 | 1,4 | 1,3 | 1,4 | 1,2 | 1,1 | Vrijwilligerswerk |
| 0,4 | 0,3 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,3 | 0,3 | Familiehulp |
| 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,3 | 0,4 | Godsdienst |
| 0,3 | 0,3 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,3 | 0,3 | Mobiliteit |
| 42 | 38 | 44 | 31 | 32 | Aandeel bevolking(%) |
Bron: SCP (TBO 1975-2005)
Per hoofd van de bevolking werd in 2005 ruim 2 uur per week besteed aan hulp en vrijwilligerswerk, ten behoeve van familie, verenigingen en vrijwilligersorganisaties. Het aandeel van de bevolking dat zelf aangaf iets te doen aan dit soort activiteiten was 32%. Andere onderzoeken in Nederland blijken dit aandeel hetzelfde, of hoger in te schatten. De deelname aan maatschappelijke participatie is allerminst gelijkelijk verdeeld onder de bevolking; met name naar leeftijd en opleiding verschilt het niveau van deelname.
Er zijn twee kleine verschillen tussen 2000 en 2005. De inzet voor verenigingenblijkt iets te zijn teruggelopen (ongeveer 6 minuten), terwijl de tijd voor godsdienst juist wat is toegenomen. Dit laatste is opmerkelijk, aangezien er nog steeds een proces van ontkerkelijking gaande is in Nederland (zie het SCP-rapport Godsdienstige veranderingen in Nederland. Nadere analyse leert dat dit verschil wordt veroorzaakt door een kleine groep intensieve geloofbeoefenaars, die de gemiddelde tijd besteed aan godsdienst opstuwt.
Onbekend is nog in welke mate de geconstateerde veranderingen (mede) veroorzaakt werden door de betere weersomstandigheden in 2005 dan in 2000.
Meer informatie over vrijwilligerswerk, familiehulp en godsdienst
Religie blijft rol spelen in vrijwilligerswerk
Verandert het profiel van de vrijwilliger?
Beroeps- en vrouwenorganisaties op hun retour?
Beleeft godsdienstbeoefening een wederopstanding?
Hoe groot is het aandeel vrijwilligers?
Verder lezen…
