De verdwenen pieken in het luistergedrag
Mensen zetten de radio nauwelijks nog aan om een specifuek programma te horen, lijkt het wel. Uit de figuur is af te lezen dat het radio luisteren in 1975 nog 'piekmomenten' kende om 8 uur 's ochtends, 13 uur en 18 uur. Mensen zetten toen de radio aan voor de grotere nieuwsbulletins en deden hem weer uit als die klaar waren. In 1985 verschoof de piek van 13 uur naar 12 uur 30. Sinds de jaren negentig zijn de pieken verdwenen. In 2005 gaat de radio 's morgens om 6 uur aan. Tot half negen stijgt het aantal mensen dat luistert naar zo'n 10 procent van de bevolking. Tot de lunchtijd blijft dat zo, daarna zet een kleine daling in. Tussen drie en vijf 's middags klimt het aantal luisteraars weer wat, om dan geleidelijk te dalen.
Radio luisteren is vooral een nevenactiviteit
Veel mensen zetten de radio aan zonder erbij na te denken. Radio en geluiddragers (cd's, platen, cassettes) zijn bij uitstek achtergrondmedia. Tijdens het douchen en aankleden, schoonmaken, werken en studeren zetten veel mensen de muziek aan omdat het dan niet zo stil is in huis, of omdat men het gewoon prettig vindt.
Radio luisteren als hoofd- en nevenactiviteit, bevolking van 12 jaar en ouder, 1975-2005 (in uren per week)
| 1975 | 1980 | 1985 | 1990 | 1995 | 2000 | 2005 | |
| 2,2 | 1,8 | 1,4 | 1,2 | 0,8 | 0,7 | 0,5 | als hoofdactiviteit |
| 12,8 | 13,5 | 12,6 | 12,1 | 12,4 | 9,6 | 9,0 | als nevenactiviteit |
| 15,0 | 15,3 | 14,0 | 13,3 | 13,2 | 10,3 | 9,5 | als hoofd- of nevenactiviteit |
| 85 | 88 | 90 | 91 | 94 | 94 | 95 | % nevenactiviteit op totale luistertijd |
| als nevenactiviteit bij⦠| |||||||
| 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,4 | 0,4 | persoonlijke verzorging |
| 0,5 | 0,5 | 0,6 | 0,5 | 0,6 | 0,4 | 0,3 | uitrusten, ontspannen, luieren |
| 1,2 | 1,6 | 1,6 | 1,8 | 1,9 | 1,8 | 2,1 | betaald werk |
| 3,2 | 3,6 | 3,2 | 2,7 | 2,4 | 1,8 | 1,5 | huishoudelijk werk, kinderverzorging, boodschappen |
| 0,3 | 0,5 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,2 | 0,1 | onderwijs en vorming |
| 2,3 | 2,2 | 2,0 | 1,8 | 1,4 | 1,1 | 0,9 | eten en drinken |
| 1,1 | 1,0 | 0,8 | 0,9 | 1,0 | 0,6 | 0,4 | sociale contacten |
| 1,1 | 1,2 | 1,2 | 1,0 | 0,9 | 0,6 | 0,5 | hobby's, sport en spel |
| 1,3 | 1,1 | 0,9 | 1,0 | 0,9 | 0,6 | 0,5 | lezen van gedrukte media |
| 0,5 | 0,6 | 0,6 | 0,9 | 1,4 | 1,5 | 1,6 | vervoer per auto |
| 0,0 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,2 | overig vervoer |
| 0,5 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,8 | 0,5 | 0,6 | overige activiteiten |
Bron: SCP (TBO 1975-2005)
In 1975 was al 85 procent van de totale luistertijd radio of muziek luisteren tijdens een andere (hoofd)activiteit. Dat percentage is sindsdien gestegen naar 95 procent in 2005. Het luisteren als nevenbezigheid lijkt bezig aan een terugtocht, maar dat kan een vertekening zijn (zie hieronder, 'Daalt de luistertijd werkelijk?').
Tijdens welke bezigheden luistert men?
De radio staat vooral aan tijdens het werk en het autorijden. Bij deze bezigheden is er ook een stijgende lijn. Op de terugtocht is het luisteren bij een aantal bezigheden, waaronder studeren (dankzij msn?), eten en drinken (dankzij de tv?), hobby's en lezen van gedrukte media.
Daalt de luistertijd werkelijk?
Volgens het Tijdsbestedingsonderzoek werd er in 1980 veel meer naar de radio geluisterd (15,3 uur per week) dan in 2005 (9,5 uur). Klopt dat wel? Er zijn in de jaren negentig immers veel nieuwe stations bijgekomen. Je zou daarom verwachten dat de luistertijd gestegen zou zijn.
Er is inderdaad enige reden te twijfelen aan de dalende lijn. Het probleem is dat mensen in de loop der jaren hun tijdsbesteding wat onnauwkeuriger zijn gaan registreren. Dit komt vooral tot uiting bij het radio luisteren. Men heeft wel geluisterd, maar vergeet het op te schrijven in het tijdsbestedingsdagboek.
Meer informatie over radio en geluiddragers
Tijdsbesteding aan media en ict
Radio en geluiddragers luisteren naar persoonskenmerken
Radio en muziek luisteren via computer en internet
