Zestig procent online
In 2000 was nog maar een kwart van de bevolking gedurende een week online. Vijf jaar later is dat cijfer meer dan verdubbeld naar zestig procent. De slag om de breedbandgebruiker, door telefoon- en kabelexploitanten in 2003 ontketend, heeft hier zeker aan bijgedragen. Minstens zo opmerkelijk is de constatering dat het offline gebruik in dezelfde periode volledig tot stilstand is gekomen. Zowel het percentage deelnemers als de hoeveelheid offline tijdsbesteding bleef gelijk.
Computergebruik offline en online als hoofdactiviteit, bevolking 12 jaar en ouder, 1975-2005 (in percentages en uren per week)
| 1985 | 1990 | 1995 | 2000 | 2005 | |
| deelname (%) | |||||
| 4 | 13 | 23 | 45 | 68 | offline en online |
| 4 | 13 | 23 | 37 | 36 | offline |
| 24 | 60 | online | |||
| tijdsbesteding (uren per week) | |||||
| 0,1 | 0,5 | 0,9 | 1,8 | 3,8 | offline en online |
| 0,1 | 0,5 | 0,9 | 1,3 | 1,3 | offline |
| 0,5 | 2,5 | online |
Bron: SCP (TBO 1975-2005)
Evenveel tijd voor ict en gedrukte media
In 2005 bracht de Nederlander gemiddeld meer dan een half uur van zijn vrije tijd door achter het computerscherm. Daarmee kwam ict als vrijetijdsbesteding op gelijke hoogte met het lezen van gedrukte media. Twee derde van die computertijd ging op aan online toepassingen. Hier doen zich grote verschillen voor tussen leeftijdsgroepen.
Meer informatie over computer- en internetgebruik
Tijdsbesteding aan media en ict
Tijdsbesteding aan computer en internet naar persoonskenmerken
Tijdsbesteding aan computer en internet naar soort gebruik
